Documentaire

QRWA

Een bericht aan onze cliënten

De afgelopen periode is onze apotheek onderwerp geweest van een televisie-uitzending. De manier waarop onze organisatie en collega’s daarin zijn geportretteerd, heeft ons diep geraakt. Wij herkennen ons niet in het geschetste beeld en vinden dat dit geen recht doet aan de zorg, toewijding en professionaliteit waarmee ons team zich iedere dag inzet voor onze mensen.

Iedere dag werken ons team met één doel voor ogen: veilige, deskundige en persoonlijke farmaceutische zorg leveren. Dat doen wij door iedere aanvraag zorgvuldig te beoordelen, medicatie te bewaken, patiënten te informeren, waar nodig contact op te nemen met voorschrijvers en, als de situatie daarom vraagt, ook bewust géén medicatie af te leveren. Patiëntveiligheid staat daarbij altijd voorop. Wij hopen dat u ons ook als zodanig heeft leren kennen als uw apotheek.

Wij geloven dat goede zorg niet wordt bepaald door het medium waarmee deze wordt aangeboden, maar door de kwaliteit van de professionele beoordeling en de aandacht voor de patiënt. Of een consult nu plaatsvindt in de apotheek, telefonisch of digitaal: dezelfde professionele standaarden, richtlijnen en kwaliteitscontroles zijn altijd van toepassing.

Zorg is mensenwerk. Dat betekent ook dat processen voortdurend worden geëvalueerd en verbeterd. Waar wij kansen zien om onze dienstverlening nóg veiliger of beter te maken, doen wij dat. Die voortdurende aandacht voor kwaliteit is een vanzelfsprekend onderdeel van ons vak.

Wij begrijpen dat de uitzending vragen kan oproepen. Daarom vinden wij het belangrijk om u rechtstreeks te laten weten waar wij voor staan. Wij zijn trots op ons team en op de zorg die wij dagelijks mogen leveren aan onze patiënten. Het vertrouwen dat u in ons stelt, is iets wat wij iedere dag opnieuw proberen te verdienen.

Namens het gehele team danken wij u voor uw vertrouwen. Wij blijven ons, met dezelfde betrokkenheid en toewijding als altijd, inzetten voor veilige, persoonlijke en kwalitatief hoogwaardige farmaceutische zorg.

Onze gevestigd apotheker heeft tevens een uitgebreid inhoudelijk statement gedeeld via zijn LinkedIn pagina, onderaan de pagina kunt u deze bijdrage teruglezen.

Heeft u vragen, wij staan tot uw dienst,

Team Apotheek IJburg-Centrum en Apotheek IJburg-Zuid

 

 

Persoonlijk statement gevestigd apotheker

Ik voel mij genoodzaakt om iets te doen wat eigenlijk totaal niet bij mij past. Degenen die mij kennen, weten dat ik liever opbouw dan afbreek, liever energie steek in oplossingen dan in problemen en liever vooruitkijk dan terugkijk. Toch zijn er momenten waarop je gedwongen wordt dingen te doen die niet leuk zijn, niet omdat men behoefte heeft aan polemiek, maar omdat een onderwerp te belangrijk is om het te laten verdwijnen in een montage, een frame of een te eenvoudige conclusie. Dit is zo’n moment.

Bij voorbaat mijn excuses voor de lengte van dit stuk, maar een precair onderwerp als dit laat zich niet vangen in een paar pakkende zinnen, een soundbite of een televisiefragment van enkele minuten. Het raakt aan de kern van ons vak, aan de verantwoordelijkheid die wij als zorgverleners dagelijks dragen, aan de kwetsbaarheid van patiënten, aan de grenzen van journalistiek en aan de vraag hoe wij als samenleving naar de toekomst van de zorg kijken. Dat vraagt om context, nuance en transparantie. Niet om snelle, voor de hand liggende verontwaardiging, maar om zorgvuldigheid. Ook zit er een leerstelling in wat mij betreft die ik jullie niet wil achterhouden.

Afgelopen zaterdag heb ik een bericht geplaatst over mijn visie op digitale zorg naar aanleiding van een RTL-reportage. Dat bericht heb ik inmiddels verwijderd, niet omdat ik afstand neem van de inhoud, maar omdat de actualiteit om een andere toon en een bredere uitleg vraagt. In die eerdere bijdrage betoogde ik dat digitalisering in de zorg geen voorbijgaande trend is, maar een ontwikkeling die al lang en breed onderdeel is van ons hedendaagse zorglandschap. Nederland vergrijst, het aantal chronisch zieken neemt toe, de druk op de eerste lijn groeit en het tekort aan zorgprofessionals wordt ieder jaar nijpender. Tegelijkertijd verwachten patiënten, terecht, dat zorg toegankelijk, deskundig en passend is en blijft bij hun leven. In dat spanningsveld is digitale zorg geen luxe, geen commerciële gimmick en ook geen bedreiging, maar één van de noodzakelijke instrumenten om goede zorg bereikbaar te houden. Ook lokale huisartsen leveren steeds meer en meer digitale zorg, die ontwikkeling is mooi om te zien.

Het eerdergenoemde betekent nadrukkelijk niet dat alles digitaal moet. Wie dat beweert, begrijpt de zorg niet. Niet iedere patiënt is geschikt voor digitale begeleiding en niet ieder medicament of iedere aandoening leent zich ervoor. De kwetsbare oudere met hartfalen en COPD vraagt vanzelfsprekend een warme, menselijke benadering. Dat is iets wezenlijk anders dan een patiënt met een afgebakende zorgvraag, goede digitale vaardigheden en een behandeltraject dat zich uitstekend laat begeleiden met protocollen, screening, medicatiebewaking, voorlichting en opvolging (lees: bijvoorbeeld een kalknagelbehandeling). De tegenstelling tussen online en offline zorg is daarom een schijntegenstelling. De echte vraag is niet via welk kanaal zorg wordt geleverd, maar of die zorg verantwoord, deskundig en passend is.

Juist dat punt lijkt in het publieke debat vaak verloren te gaan. Steeds opnieuw wordt digitale zorg besproken alsof het medium zelf het probleem is. Alsof slechte zorg ontstaat door een beeldscherm, glasvezel of wifi. Dat is natuurlijk niet zo. Slechte zorg ontstaat door gebrekkige processen, onvoldoende deskundigheid, toenemende druk, ontbrekende opvolging of verkeerde professionele afwegingen. En laten dat nu precies risico’s zijn die zowel online als offline kunnen bestaan. Wie digitale zorg als geheel verdacht maakt omdat er misstanden zijn, verwart het instrument met het gebruik ervan. We schaffen de Formule 1 immers ook niet af omdat er illegale straatraces bestaan.

Laat ik daar ook direct helder over zijn (sorry voor het intrappen van een open deur): wanneer geneesmiddelen vanuit een achterafschuurtje worden doorverkocht, via schimmige websites worden verhandeld of onderdeel zijn van het criminele circuit, dan moet daar keihard tegen worden opgetreden. Daar bestaat logischerwijs geen enkele discussie over. Maar het is ronduit belachelijk wanneer dergelijke praktijken in één adem worden genoemd met digitale zorg die wordt geleverd door geregistreerde zorgorganisaties, geregistreerde artsen en openbaar apothekers die dagelijks volgens professionele standaarden werken. Dat is niet alleen intellectueel lui, maar ook schadelijk voor een discussie die juist nuance verdient. Het ene is ondermijning van de zorg, het andere is een poging om zorg op een moderne, toegankelijke en verantwoorde manier vorm te geven.

Veel digitale aanbieders zijn bovendien juist sterk gericht op de patient journey. Zij richten zich vaak op specifieke behandelgebieden, bouwen daarin enorm veel ervaring en expertise op, werken met gestandaardiseerde protocollen, investeren in begeleiding en organiseren adequate alsook laagdrempelige opvolging. Natuurlijk gaat ook daar weleens iets mis. Wie in de zorg werkt, weet dat perfectie niet bestaat. De eerste zorgverlener die in zijn of haar loopbaan nooit een fout heeft gemaakt, moet ik nog tegenkomen. Maar juist daarom zou het gesprek moeten gaan over hoe wij zorg beter maken, hoe wij controles versterken, hoe wij patiënten beter begeleiden en hoe wij digitale zorg naar een hoger plan tillen in samenwerking met de zorgpartners. Niet over het gemak waarmee alles wat online gebeurt onder één verdachtmakende noemer wordt geplaatst.

Tijdens de coronapandemie hebben wij als eerstelijnszorg bovendien zelf bewezen dat zorg op afstand uitstekend kan functioneren wanneer zij goed wordt ingericht. Videoconsulten, telefonische begeleiding, digitale triage en zorg op afstand werden in korte tijd onderdeel van de dagelijkse praktijk. Destijds spraken wij over innovatie, wendbaarheid en toekomstbestendigheid. Het is opmerkelijk hoe snel die ervaring naar de achtergrond lijkt te zijn verdwenen zodra het woord “online” weer in verband wordt gebracht met risico’s. Alsof wij collectief zijn vergeten dat zorg niet wordt bepaald door de fysieke afstand tussen patiënt en zorgverlener, maar door de kwaliteit van de professionele beoordeling en opvolging.

Vanuit die overtuiging heb ik meegewerkt aan een documentaire. Ik deed dat niet naïef, maar wel te goeder trouw. Mij is meermaals toegezegd dat mijn verhaal evenwichtig zou worden gepresenteerd en dat er ruimte zou zijn om uit te leggen met welke dilemma’s zorgprofessionals dagelijks te maken hebben. Een interview van ruim drie kwartier, waarin ik uitgebreid heb gesproken over digitale zorg, patiëntveiligheid en -identificatie, medicatiebewaking, protocollen, de rol van de apotheek en de grenzen van zorg op afstand, is uiteindelijk teruggebracht tot een fragment van luttele minuten als figurant. Dat is vanzelfsprekend het recht van een programmamaker, maar het resultaat deed naar mijn overtuiging geen recht aan de werkelijkheid die ik heb geprobeerd te schetsen. Ik herken mij niet in het beeld dat daardoor is ontstaan.

Daarom wil ik vooralsnog uitleggen wat zich heeft afgespeeld en teken ik hierbij protest aan!

Een recept werd online aangevraagd door een journalist en vervolgens aangeboden in mijn apotheek. Daar vond aan de balie een uitgebreid farmaceutisch consult plaats van ongeveer twintig minuten. Mijn collega heeft tijdens dat gesprek de relevante risico’s besproken, waaronder het feit dat het betreffende geneesmiddel niet gebruikt mag worden tijdens het geven van borstvoeding. Dat was geen bijzaak, maar juist een centraal punt in het gesprek. Op basis daarvan gaf mijn collega aan dat verstrekking problematisch was zolang de cliënt borstvoeding gaf.

De cliënt verklaarde daarop herhaaldelijk dat zij de risico’s begreep, dat zij het middel absoluut niet zou gebruiken tijdens het geven van borstvoeding, maar pas zou starten nadat ze stopt met borstvoeding geven, dat zij de instructies van de apotheek zou opvolgen en dat zij het middel desondanks wilde meenemen. Er werd dus meerdere malen bevestigd dat zij begreep wat wel en niet mocht, dat zij het advies begreep en dat zij de verantwoordelijkheid nam om overeenkomstig de instructies te handelen. De medisch-farmaceutische beslisregel schrijft voor dat deze combinatie in beginsel gecontra-indiceerd is, maar beschrijft óók wat er moet gebeuren wanneer aflevering toch aan de orde is: de patiënt moet nadrukkelijk worden geïnstrueerd geen borstvoeding te geven en het zwangerschapspreventieprotocol moet worden doorgenomen. Precies die punten zijn door mijn collega uitgebreid besproken en vastgelegd met behulp van o.a. het welbekende protocol en de website van het LAREB.

Wie de zorg kent, weet dat dit soort situaties niet altijd zwart-wit zijn. Een contra-indicatie is een ernstig signaal en vereist zorgvuldige afweging, maar de dagelijkse praktijk bestaat niet uit theoretische vinklijstjes alleen. Zorgprofessionals werken in de realiteit van gesprekken, verklaringen, context en vertrouwen. Een patiënt kan uitleg krijgen, waarschuwingen ontvangen, instructies bevestigen en toch later anders handelen of achteraf een ander verhaal vertellen. Dat maakt het werk niet eenvoudiger, maar het is wel de werkelijkheid waarin wij dagelijks opereren.

Kort na dit consult is het recept beoordeeld door de apothekers binnen onze organisatie tijdens de receptautorisatie. Juist omdat wij dit soort signalen serieus nemen en juist omdat wij patiëntveiligheid vooropstellen, zijn wij tijdig tot de conclusie gekomen dat het verstandiger was de transactie terug te draaien en pas tot daadwerkelijke terhandstelling over te gaan wanneer definitief vaststond dat de borstvoeding was beëindigd. Dit is bij uitstek de reden waarom receptautorisaties en controles bestaan in de apotheek. Kwaliteitsbewaking eindigt namelijk niet op het moment dat een medicijn over de balie gaat. Het is een doorlopend proces van controleren, evalueren en waar nodig corrigeren.

Daarop is de cliënt direct benaderd met het verzoek de terhandstelling terug te draaien. Wij hebben bovendien aangeboden de medicatie bij haar thuis op te halen (zie de volledige mail onderaan als bijlage). Ook is de voorschrijver in beweging gebracht om opnieuw in conclaaf te gaan met de cliënt. Dat zijn geen handelingen van een apotheek die achteloos geneesmiddelen verstrekt. Dat zijn handelingen van zorgprofessionals die een casus heroverwegen, hun verantwoordelijkheid nemen en aanvullende veiligheidsmaatregelen treffen zodra zij daar aanleiding toe zien.

Wat vervolgens in de documentaire zichtbaar werd, was vooral de cynische buitenkant van dit proces. Er werd nonchalant gelachen langs de weg en er klonk iets in de trant van: “Waarom deze email? Ze waren daar toch de héle tijd mee bezig?” Precies. Dat waren we! En juist daarom is het merkwaardig dat van een consult van ongeveer twintig minuten en een bredere interne opvolging slechts een fractie wordt gepresenteerd. Als wij “de hele tijd bezig” waren, waarom kreeg de kijker dan niet te zien waarmee wij bezig waren? Waarom werd de professionele worsteling, het overleg, de heroverweging en de terughaalactie niet als wezenlijk onderdeel van het verhaal gepresenteerd? Merkwaardig en onder de gordel, to put it mildly…

Ook de suggestie dat “alles vrij verkrijgbaar” zou zijn via online zorg of via onze werkwijze, is pertinent onjuist. De journalist in kwestie had namelijk meerdere aanvragen geplaatst die zijn afgekeurd. Daarnaast keuren wij in onze dagelijkse praktijk regelmatig recepten af, al dan niet na overleg met de cliënt, de voorschrijver of collega’s. Dat doen wij online en offline, daarin wordt geen onderscheid gemaakt, wij discrimineren niet. Dat is voor ons dus geen bijzonderheid, maar onderdeel van normaal apothekerswerk. Een recept is geen automatische toegang tot medicatie. Een aanvraag is geen bestelling die zonder beoordeling wordt verwerkt door artsen en apothekers. Farmaceutische zorg is juist het proces van beoordelen, bewaken, informeren en indien nodig geacht anders adviseren.

Daarom stoort het mij dat een complex zorgproces wordt teruggebracht tot een suggestie van gemakzucht of nalatigheid. Er is geen sprake van een systeem waarin alles zomaar wordt verstrekt. Er is sprake van zorgprofessionals die binnen een complexe werkelijkheid afwegingen maken, patiënten informeren, (achteraf) controleren en waar nodig bijsturen. Dat is geen perfecte werkelijkheid, maar het is wel de werkelijkheid van de zorg.

Daarmee kom ik bij misschien wel de meest fundamentele vraag in dit geheel: wat verwachten wij eigenlijk van zorgverleners wanneer iemand willens en wetens onjuiste informatie verstrekt en kwaad wil? In deze casus werd tijdens een fysiek contactmoment aan de balie herhaaldelijk bevestigd dat de risico’s werden begrepen en dat de instructies zouden worden opgevolgd. Als iemand doelbewust verdraait, verzwijgt of bevestigt wat niet waar blijkt te zijn; kan dat ook in de spreekkamer van een huisarts, aan de balie van een apotheek of tijdens een poliklinisch consult gebeuren. Dat is geen digitaal probleem. Dat is een menselijk probleem.

Wij zijn zorgverleners, geen helderzienden! Wij kunnen vragen stellen, doorvragen, waarschuwen, uitleg geven, folders verstrekken, medicatiebewaking uitvoeren, protocollen volgen en in overleg treden met voorschrijvers. Maar wij kunnen niet achter iedere patiënt aanlopen om te controleren of hij of zij zich daadwerkelijk aan ieder advies houdt. Wanneer een geneesmiddel niet in combinatie met zonblootstelling mag worden gebruikt, kunnen wij uitleggen waarom dat belangrijk is en controleren of de patiënt dat begrijpt. Maar wij kunnen niet tijdens de middaguren door de stad lopen om te kijken of iemand toch op een terras in de volle zon gaat zitten. Op enig moment rust er ook verantwoordelijkheid bij de patiënt die informatie ontvangt en zegt die te begrijpen.

Dat is geen hardvochtige opmerking, maar een noodzakelijke werkelijkheid. Zorg is gebaseerd op deskundigheid, maar ook op vertrouwen. Als dat vertrouwen bewust wordt misbruikt om een journalistiek punt te maken, ontstaat een situatie waarin de zorgverlener in een vrijwel onmogelijke positie wordt gebracht. Dan is niet langer sprake van een regulier farmaceutisch consult, maar van een kat-en-muisspel waarin de spelregels voor één partij verborgen blijven. Dat mag misschien spannende televisie opleveren, maar het zegt niets zinnigs over de kwaliteit van zorg.

Sterker nog, ik vind het buitengewoon kwalijk dat zorgprofessionals die al onder grote druk werken, worden ingezet als decor in dit soort experimenten. Mijn collega heeft uitgebreid tijd, aandacht en professionele zorg besteed aan iemand die zich presenteerde als patiënt, terwijl het in werkelijkheid ging om een journalistiek scenario. Wij hebben het in de zorg druk genoeg. Dag in, dag uit werken apothekers, assistenten, artsen en andere zorgverleners keihard om patiënten te helpen, medicatie veilig te verstrekken, tekorten op te vangen, vragen te beantwoorden en fouten te voorkomen. Wie vragen heeft over digitale zorg, over online aanbieders of over farmaceutische processen, kan die stellen. De lijst met online aanbieders van medicatie is onder het toeziend oog van het CIBG namelijk publiek beschikbaar. Er zijn zorgverleners, waaronder ikzelf, toezichthouders en organisaties die bereid zijn uitleg te geven.

Hiermee tracht ik niet te zeggen dat journalistiek geen misstanden mag onderzoeken. Integendeel, goede onderzoeksjournalistiek is van grote waarde. Maar juist bij onderwerpen die zo technisch, ethisch en medisch complex zijn als farmaceutische zorg, rust er een verantwoordelijkheid om niet alleen te laten zien wat spannend is, maar ook wat noodzakelijk is om het verhaal te begrijpen. Dit laatste ontbreekt in mijn visie.

Het is nogal wat om in een documentaire, tussen zeer ernstige aantijgingen door, genoemd te worden in een bijzin op een manier die suggereert dat ik of mijn collega’s het werk niet zouden doen. Mijn uitgebreide uiteenzetting tijdens het interview is naar mijn overtuiging niet op waarde geschat door de programmamaker; jammer, een gemiste kans. Mogelijk komt dat doordat degene die het verhaal maakt geen zorgverlener is en daardoor onvoldoende begrijpt met welke dilemma’s wij dagelijks te maken hebben. Een apotheker werkt niet in een wereld van absolute zekerheden, maar in een wereld van risico-inschattingen, professionele verantwoordelijkheid, patiëntverklaringen, relatieve en absolute contra-indicaties, protocollen, tijdsdruk, niet-pluisgevoelens, menselijke onvolkomenheid en meer. Dat vraagt om zorgvuldige duiding.

Onze offline én online zorg is van uitstekende kwaliteit. Dat zijn we aan onze stand verplicht. Wij bellen patiënten wanneer dat nodig is, verstrekken op maat gemaakte informatie, doen aan medicatiebewaking, volgen behandelingen actief op, overleggen met voorschrijvers, wijzen aanvragen af en verwijzen door wanneer digitale zorg niet passend is. Het beeld dat online zorg zou neerkomen op “een doosje medicatie op de post doen” doet geen recht aan wat wij werkelijk dagelijks proberen te bouwen. Dat is juist waarom het mij raakt dat die kant van het verhaal niet zichtbaar is geworden, ondanks de beloftes vooraf en mijn inspanningen.

Daarbij wil ik ook niet doen alsof er niets te leren valt. De belangrijkste leerstelling uit deze gebeurtenis neem ik zelf ter harte en geef ik ook graag mee aan collega-zorgverleners: laat u niet onder druk zetten door cliënten, ook niet wanneer zij stellig, overtuigend of herhaaldelijk aangeven dat zij de risico’s begrijpen. Onder druk kunnen zaken vloeibaar worden die eigenlijk stevig hadden moeten blijven. Deze casus was uiteindelijk een journalistiek kat-en-muisspel zogezegd, maar de situatie is herkenbaar voor iedere zorgverlener. Patiënten kunnen aandringen, bagatelliseren, selectief informatie geven of risico’s kleiner maken dan ze zijn. Juist dan moeten wij als zorgprofessionals blijven staan voor onze afwegingen.

Tegelijkertijd ben ik enorm trots op mijn collega. Zij heeft de cliënt zo goed mogelijk willen beschermen, heeft uitgebreid geïnformeerd, heeft risico’s benoemd en heeft geprobeerd binnen de situatie zorgvuldig te handelen. Dat zij hier achteraf lang mee heeft gezeten, zegt veel over haar betrokkenheid als mens. Het zegt ook iets over de morele druk die dit soort situaties op zorgverleners legt. Achter een televisiemoment zitten echte mensen. Mensen die hun werk serieus nemen. Mensen die iedere dag proberen het goede te doen. Mensen die geraakt worden wanneer hun professionele inzet wordt teruggebracht tot een fragment dat vooral bedoeld lijkt om een vooraf gekozen richting te bevestigen. Het is een gotspe dat mijn collega op deze manier voor het karretje is gespannen door deze zogenoemde journalisten.

Digitale zorg verdient kritiek, maar zij verdient ook rechtvaardigheid. Zij verdient toezicht, maar ook nuance. Zij verdient kwaliteitskaders, maar geen karikatuur. De vraag is niet of digitale zorg gevaarlijk is. De vraag is hoe wij digitale zorg verantwoord inrichten, voor welke patiënten zij geschikt is, welke behandelingen zich ervoor lenen, hoe wij screening en opvolging organiseren en hoe wij borgen dat kwaliteit voorop blijft staan.

Daarom presenteer ik met trots www.apotheekijburgonline.nl. Niet als een website waar simpelweg medicatie wordt besteld en verzonden, maar als een digitaal zorgplatform waarin screening, medicatiebewaking, begeleiding, monitoring en nazorg centraal staan. Een platform waar aanvragen individueel worden beoordeeld door betrokken en deskundige zorgprofessionals, waar patiënten aanvullende informatie krijgen, waar opvolging plaatsvindt wanneer dat nodig is en waar een behandeling wordt afgewezen wanneer die niet verantwoord is. Want goede zorg betekent soms ook nee zeggen. Dat doen wij dagelijks, offline én online.

Wij geloven niet in online óf offline zorg. Wij geloven in passende zorg. De ene patiënt heeft behoefte aan een warm gesprek aan de balie, de ander aan een videoconsult en weer een ander aan een combinatie van beide. De kwaliteit van zorg wordt niet bepaald door de locatie waar die plaatsvindt, maar door de professionaliteit waarmee zij wordt verleend. Technologie mag nooit de menselijke maat vervangen, maar zij kan die menselijke maat wel ondersteunen, versterken en toegankelijker maken.

Wie denkt dat digitalisering nog tegen te houden is, loopt wat mij betreft achter de feiten aan. De digitale trein is niet aan het vertrekken; hij rijdt al. De vraag is niet of wij instappen, maar of wij bereid zijn mee te sturen. Blijven wij vanaf het perron roepen dat vroeger alles beter was, of nemen wij als zorgprofessionals verantwoordelijkheid voor de manier waarop deze ontwikkeling vorm krijgt?

Ik kies voor dat laatste. Niet blind, niet naïef en zeker niet zonder kritische reflectie, maar wel overtuigd dat de toekomst van de zorg hybride is. Niet omdat alles digitaal moet, maar omdat goede zorg zich aanpast aan wat een patiënt nodig heeft. Soms dichtbij, soms op afstand, maar altijd deskundig, zorgvuldig en menselijk.

Benieuwd hoe wij daar invulling aan geven? Neem gerust een kijkje op www.apotheekijburgonline.nl en bekijk onder “Onze behandelingen” hoe wij digitale zorg vormgeven; wij bieden verschillende zorgdomeinen aan en zijn van plan dit verder uit te bouwen tot een geïntegreerd digitaal medisch centrum. Medicatie is daar slechts een fractie van. Wij zijn continu bezig met pionieren, verbreden en verdiepen binnen ons prachtige vak. Ik hoor graag hoe anderen, voorstanders én critici, hiernaar kijken. Want juist de inhoudelijke discussie brengt de zorg verder. Niet de karikatuur, niet het frame en niet het snelle oordeel, maar het gesprek over kwaliteit, verantwoordelijkheid en de toekomst van ons vak.

 

Verstuurde email

Beste mevrouw XXXX,

U heeft zojuist isotretinoïne bij ons opgehaald. Na overleg met de andere apothekers willen wij u laten weten dat wij het geen verantwoord idee vinden dat u dit geneesmiddel momenteel in huis heeft.

Isotretinoïne kan, zoals wij net hebben besproken, ernstige schade toebrengen aan een baby die dit via borstvoeding binnenkrijgt. Wij zouden het zeer betreuren om (mede) verantwoordelijk te zijn voor mogelijke risico’s voor uw baby. Om die reden verzoeken wij u vriendelijk het geneesmiddel aan ons te retourneren.

Indien gewenst kunnen wij het ook bij u ophalen. Uiteraard ontvangt u in dat geval het volledige bedrag en het recept retour.

Wij begrijpen dat dit bericht mogelijk onverwacht komt en lichten onze overweging graag verder toe indien daar behoefte aan is. U kunt gerust contact met ons opnemen.

Met vriendelijke groet,

Team Apotheek IJburg-Centrum

QRWA

Chat with us on WhatsApp